ECLI:NL:RVS:2013:BY8531
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- S. Langeveld-Mak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering paspoort na herhaalde vermissingen zonder plausibele reden
Appellant heeft herhaaldelijk een paspoort aangevraagd, maar de burgemeester heeft dit geweigerd op grond van het vermoeden dat appellant handelingen heeft verricht die het vertrouwen in reisdocumenten schaden. Dit vermoeden is gebaseerd op het feit dat appellant in een periode van vijf jaar driemaal een reisdocument als vermist heeft opgegeven zonder plausibele reden.
Appellant voerde aan dat hij plausibele redenen had voor de vermissingen, zoals dakloosheid en ontneming door politie, en dat er nooit misbruik van zijn documenten had plaatsgevonden. De Raad van State oordeelde echter dat de burgemeester terecht aannam dat voor ten minste vier van de zes vermissingen geen plausibele reden bestond en dat het ontbreken van misbruik niet vereist is voor het vermoeden.
Verder stelde appellant dat de weigering in strijd was met het EVRM, met name het recht om een land te verlaten en het recht op familieleven. De Raad van State verwierp deze bezwaren, stellende dat de weigering geen vrijheidsontneming inhoudt, het recht om Nederland te verlaten niet wordt verhinderd en dat de inmenging in het familieleven gerechtvaardigd en noodzakelijk is in het belang van de openbare veiligheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van een paspoort aan appellant wegens herhaalde vermissingen zonder plausibele reden.