ECLI:NL:RVS:2013:BY9174
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H. van Kreveld
- C.S. Aal
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorwaarde bij toestemming overbrenging afvalstoffen
De minister van Infrastructuur en Milieu verleende op 7 december 2012 toestemming aan Maritime Antwerp Cleaning N.V. voor het overbrengen van 14.000 ton afvalstoffen van België naar Nederland, onder de voorwaarde dat deze afvalstoffen bij North Refinery niet mogen worden gemengd met afvalstoffen met een EOX-gehalte van 50 mg/kg of lager wanneer het doel is ze na verwerking als product af te zetten.
North Refinery en andere maakten bezwaar tegen deze voorwaarde en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en oordeelde dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat fluxolie een brandstof is en dat het Besluit organisch-halogeengehalte van brandstoffen van toepassing is. Ook is niet voldoende gemotiveerd dat het mengen van afvalstoffen strijdig is met de milieuvergunning van North Refinery.
De voorzitter concludeerde dat de minister niet voldoende heeft onderbouwd waarom de voorwaarde aan de toestemming is verbonden, met name omdat de vrees dat fluxolie zonder kennisgeving naar het buitenland wordt overgebracht onvoldoende is gemotiveerd. Daarom werd de voorwaarde geschorst en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Ter zitting bleek dat partijen streven naar een transparantere bedrijfsvoering en overeenstemming, waarbij de bezwaarprocedure zal worden gebruikt om het geschil verder te behandelen.
Uitkomst: Voorlopige voorziening verleend door schorsing van de voorwaarde die het mengen van afvalstoffen met verschillend EOX-gehalte verbiedt.