ECLI:NL:RVS:2013:BY9207
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding planschade na vernietiging koopovereenkomst en teruglevering percelen
Appellant werd eigenaar van percelen die hij vervolgens verkocht aan een bedrijf. Nadat bleek dat de percelen niet als industriegrond gebruikt konden worden, vernietigde het bedrijf de koopovereenkomst op grond van wederzijdse dwaling. De percelen werden later teruggeleverd aan appellant, die vervolgens een verzoek tot vergoeding van planschade indiende vanwege een bestemmingsplanwijziging.
Het college wees het verzoek af omdat appellant op de peildatum geen eigenaar was. De rechtbank kende appellant echter een vergoeding toe, maar het college en appellant gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de vernietiging van de koopovereenkomst terugwerkende kracht heeft, waardoor appellant op de peildatum juridisch gezien eigenaar bleef van de percelen.
Desondanks faalde het beroep van appellant op planschadevergoeding omdat hij niet kon aantonen dat de schade hoger was dan het door een deskundige geraamde bedrag. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de hoger beroepen af, waarbij ook werd bepaald dat appellant griffierecht moest betalen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade omdat appellant juridisch gezien eigenaar was op de peildatum maar onvoldoende bewijs leverde voor een hogere schadevergoeding.