ECLI:NL:RVS:2013:BY9617
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging bewaring vreemdeling en toetsing tijdigheid verlengingsbesluit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die de verlenging van de bewaring van een vreemdeling ambtshalve toetste op tijdigheid en de bewaring op die grond beëindigde. De rechtbank had geoordeeld dat artikel 59, vijfde en zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een voorschrift van openbare orde is, waardoor de rechter ambtshalve moet toetsen of het verlengingsbesluit tijdig is genomen.
De Raad van State oordeelt dat deze artikelleden geen voorschrift van openbare orde bevatten en dat de rechter slechts binnen de grenzen van het geschil mag toetsen. Omdat de vreemdeling zelf geen beroepsgrond over de tijdigheid van het verlengingsbesluit naar voren had gebracht, trad de rechtbank buiten de grenzen van het geschil door ambtshalve te toetsen en het besluit te vernietigen.
De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het verlengingsbesluit ongegrond. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af, aangezien geen zicht ontbreekt op uitzetting binnen een redelijke termijn en de vreemdeling onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het verlengingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.