ECLI:NL:RVS:2013:BY9918
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over schadevergoeding bouwvergunning Saendelft
Op 4 maart 2008 verzocht appellant om een reguliere bouwvergunning voor opslagruimten op bedrijventerrein Saendelft. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verleende later alsnog de vergunning na bezwaar. De rechtbank vernietigde het afwijzingsbesluit en oordeelde dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend omdat het college niet binnen de wettelijke termijn had beslist.
Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens vertraging in de bouw, toe te schrijven aan de besluiten van het college. Het college wees dit af, stellende dat appellant niet voldoende had gedaan om schade te beperken en dat er geen oorzakelijk verband was tussen de besluiten en de schade.
De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte het oorzakelijk verband ontkende. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat appellant in de bestuursfase niet heeft aangevoerd dat het uitblijven van kennisgeving van de rechtswege verleende vergunning de schade veroorzaakte, maar alleen de besluiten zelf. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond en dat van het college gegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en dat van het college gegrond, met vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college.