Uitspraak
201012113/1/R4), dit protocol een leidraad is bij het onderzoek ten behoeve van een aanvraag van een ontheffing in de zin van de Flora- en faunawet. In de onderhavige procedure is die aanvraag niet aan de orde.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Hillegom heeft op 5 oktober 2011 een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 27 witte paardenkastanjes nabij de Van den Endelaan in Hillegom. Hiertegen hebben meerdere appellanten bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, dat door de rechtbank op 21 november 2012 ongegrond werd verklaard.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde op 10 januari 2013 het verzoek om een voorlopige voorziening van appellant sub 1 en de gemeente. De appellant stelde dat de vergunning van rechtswege geschorst was zolang de hoger beroepen liepen, terwijl de gemeente dit betwistte.
De voorzitter oordeelde dat op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van Hillegom de vergunning niet automatisch geschorst is bij hoger beroep, tenzij een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan en nog niet is beslist. Omdat een dergelijk verzoek was ingediend, mocht de vergunning pas worden gebruikt nadat op dat verzoek was beslist.
Verder werd geoordeeld dat het college terecht onderzoek naar de conditie van de bomen en vleermuizen heeft betrokken bij haar besluitvorming. De belangenafweging waarbij de verbetering van de weg en verkeersveiligheid zwaarder wogen dan het behoud van de bomen, werd niet onrechtmatig bevonden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen wordt afgewezen.