Uitspraak
201001013/1/R3) wordt het aantasten van foerageergebieden en migratieroutes van vleermuizen niet begrepen onder het verstoren van vaste rust- en verblijfsplaatsen als bedoeld in artikel 11 van Pro de Ffw, tenzij deze samenvallen met vaste rust- of verblijfsplaatsen. Volgens de onderzoeken is het niet aannemelijk dat de vliegroutes en foerageergebieden van de vleermuizen in het plangebied in dit geval samenvallen met vaste rust- of verblijfsplaatsen. In hetgeen is aangevoerd kan geen aanleiding worden gevonden voor het oordeel dat deze onderzoeken tezamen beschouwd dusdanige gebreken dan wel leemten in kennis vertonen dat de raad zich niet op de conclusie die daaruit volgt heeft mogen baseren. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de enkele gestelde omstandigheid dat de onderzoeken niet in overeenstemming met het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur zijn verricht, niet tot een ander oordeel leidt, nu, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 19 oktober 2011 in zaak nr.
201004694/1/R1), dit protocol een leidraad is bij het onderzoek ten behoeve van een aanvraag van een ontheffing in de zin van de Ffw. In de onderhavige procedure is die aanvraag niet aan de orde.
200807964/1/M1) moet worden aangenomen dat een permanent bewoonde recreatiewoning als een woning in de zin van het Barim moet worden beschouwd.