ECLI:NL:RVS:2013:BZ0757
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade project Fonteyne Vlissingen
Het geschil betreft het verzoek van appellant om vergoeding van planschade en inkomensschade als gevolg van het project Fonteyne in de binnenstad van Vlissingen, waarbij een ondergrondse parkeergarage, nieuwbouw en herinrichting zijn gerealiseerd.
Het college van burgemeester en wethouders wees het verzoek af, stellende dat appellant door de wijziging van het planologisch regime niet in een nadeliger positie is gekomen en dat de gestelde omzetderving niet het gevolg is van de werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond voor nadeelcompensatie, vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat geen planologische verslechtering was opgetreden en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zich uit te laten over de afwijzingsgrond inzake omzetderving. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geen planologische verslechtering bestond en dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om zich uit te laten over de omzetderving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.