Uitspraak
201005559/1/T1/A4hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen twaalf weken de daarin omschreven gebreken in het besluit van 27 april 2010 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 27 april 2010 een revisievergunning aan Shell voor haar aardolie- en gasraffinaderij in Rotterdam. Zowel Stichting Natuur en Milieu als Shell stelden beroep in tegen dit besluit. Na een tussenuitspraak en aanvullend onderzoek heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit gedeeltelijk vernietigd.
De vernietiging betreft onder meer het SO2-emissieplafond, dat niet deugdelijk gemotiveerd is in relatie tot de beste beschikbare technieken (BBT), en de emissiegrenswaarden voor stof bij het fakkelen en onderhoud van de roetverwijderingsinstallatie (SARU). Het college werd opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de wettelijke eisen en motiveringsvereisten.
Daarnaast zijn diverse vergunningvoorschriften aangepast en aangescherpt, zoals de stofemissienormen voor de SARU, en is een voorlopige voorziening getroffen om de rechtsgevolgen van het vernietigde voorschrift in stand te houden tot het nieuwe besluit in werking treedt. De beroepen tegen het wijzigingsbesluit van 31 juli 2012 zijn ongegrond verklaard. Tot slot is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan beide appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 27 april 2010 is gedeeltelijk vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen inzake het SO2-emissieplafond en stofemissies.