Uitspraak
200903377/1/V6), behoefde de Inspectie SZW [appellante] niet reeds ten tijde van de controle - en dus vóór de in de brief van 11 februari 2011 vervatte kennisgeving van de minister om [appellante] een boete op te leggen - van de aard en reden van de aan haar verweten overtreding op de hoogte te stellen. [appellante] heeft niet geconcretiseerd op welke wijze en in welk stadium zij in haar rechten van verdediging is geschaad, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat artikel 6 van Pro het EVRM is geschonden.
201203733/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Anders dan [appellante] aanvoert, is zij terecht als werkgever van vreemdelingen 1 tot en met 4 aangemerkt, omdat, hetgeen gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wav bepalend is, zij vreemdelingen 1 tot en met 4 bij [bedrijf 1] de in het boeterapport omschreven werkzaamheden heeft laten verrichten. Verder is in hoger beroep onbestreden dat de vreemdelingen dagelijks door de bedrijfsleider van [appellante] met een busje naar [bedrijf 1] werden gebracht. Aangezien bij de bedrijfsleider ook de registratie van de werknemers voor de desbetreffende werkzaamheden plaatsvond, heeft hij kunnen controleren of degenen die zich bij hem in het busje bevonden dezelfde waren als de werknemers die hij eerder had geregistreerd. Dat, zoals [appellante] heeft gesteld, zich persoonsverwisselingen hebben voorgedaan, komt dan ook voor haar rekening en risico en leidt niet tot het oordeel dat de overtreding haar in verminderde mate kan worden verweten.