ECLI:NL:RVS:2013:BZ1221
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nadeelcompensatie wegens weigering ontheffing akkerbouwgebruik
Appellant kocht in 1987 graslandpercelen die tijdens de ruilverkaveling Avezaath-Ophemert niet voor akkerbouw mochten worden gebruikt zonder ontheffing. De landinrichtingscommissie weigerde ontheffing. Later ontving appellant subsidie op basis van een regeling, maar deze werd teruggevorderd omdat de percelen in de referentieperiode niet als akkerland waren gebruikt.
Appellant verzocht om nadeelcompensatie wegens de weigering van ontheffing, stellende dat hierdoor subsidie is misgelopen. Het college wees dit af, stellende dat geen oorzakelijk verband bestond tussen de beslissing en de schade. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
De Raad van State oordeelt dat de schade pas na invoering van de subsidieregeling is ontstaan en dat ten tijde van de weigering ontheffing niet bekend was dat de regeling zulke voorwaarden zou stellen. Hierdoor kan de schade niet aan het college worden toegerekend. Ook is geen sprake van een toezegging die rechtvaardig vertrouwen zou scheppen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.