Uitspraak
201012659/1/H3, dat de omstandigheid dat het beleid ten aanzien van zedendelicten na een eerdere afgifte van een VOG is aangescherpt niet maakt dat bij de toepassing van het subjectieve criterium aan die eerdere afgifte geen enkele betekenis hoeft te worden toegekend. Weliswaar heeft de staatssecretaris met betrekking tot de eerder verleende VOG uiteengezet dat [appellant] er niet op kon vertrouwen dat aanscherping van het beleid er nimmer toe zou kunnen leiden dat het zedendelict waarvoor [appellant] in 1999 is veroordeeld hem bij een volgende aanvraag kan worden tegengeworpen, maar deze motivering is in algemene termen gesteld en niet toegespitst op de situatie van [appellant]. De staatssecretaris heeft niet gemotiveerd waarom afgifte van een VOG, gelet op het risico voor de samenleving, in 2006 verantwoord was, maar dat dit risico thans in onvoldoende mate is afgenomen. Zonder die motivering is niet duidelijk, waarom de weigering niet evident disproportioneel is. Dit geldt temeer nu [appellant] sinds het zedendelict als bedoeld in de beleidsregels waarvoor hij in 1999 is veroordeeld niet meer met justitie in aanraking is geweest.