ECLI:NL:RVS:2013:BZ1664
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W. Sorgdrager
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen milieuvergunning voor baggerdepot te Middelharnis
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 18 mei 2011 een milieuvergunning aan het Waterschap Hollandse Delta voor het oprichten en in werking hebben van een baggerdepot op een perceel aan de Bolletjesweg te Middelharnis. [Appellant] stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat hij geen belanghebbende was, dat het besluit niet bevoegd was genomen, de besluitvormingsprocedure gebrekkig was en dat milieuaspecten zoals geluid, geur en veiligheid onvoldoende waren beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat [appellant] wel belanghebbende is vanwege de nabijheid van zijn perceel en dat het besluit bevoegdelijk is genomen door het afdelingshoofd Haven en Industrie van de DCMR Milieudienst Rijnmond. De procedurele bezwaren faalden, aangezien de aanvraag vanaf het begin een oprichtingsvergunning betrof en de zienswijze adequaat was behandeld.
Op inhoudelijk vlak stelde de Raad vast dat het college de geluidhinder volgens de geldende richtlijnen juist had beoordeeld en dat de geurhinder geen onaanvaardbare gevolgen voor het perceel van [appellant] zou hebben. Ook werd geoordeeld dat het college terecht geen weigering op grond van het bestemmingsplan toepaste vanwege een lopende herziening. Andere bezwaren over veiligheid, natuurwaarden, ongedierte, andere vergunningen en schade werden eveneens verworpen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor het baggerdepot is ongegrond verklaard.