ECLI:NL:RVS:2013:BZ1672
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning
Appellant, eigenaar van een recreatiewoning, kreeg een last onder dwangsom opgelegd omdat hij de permanente bewoning vóór 10 januari 2011 moest staken. Het college besloot tot invordering van de dwangsom omdat werd vastgesteld dat appellant na die datum nog in de woning verbleef.
Appellant voerde aan dat hij niet meer permanent in de recreatiewoning woonde en dat het college onvoldoende bewijs had voor de overtreding. Het college stelde echter controles en verklaringen van derden tegenover die aannemelijk maakten dat appellant zijn hoofdverblijf niet had verplaatst.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende feiten had vastgesteld en dat appellant dit niet overtuigend had weerlegd. Ook het beroep op financiële problematiek om invordering te voorkomen werd verworpen, omdat het belang van handhaving zwaarwegend is.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom wordt bevestigd.