ECLI:NL:RVS:2013:BZ2060
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens strijd met Terugkeerrichtlijn en disproportionele belangenafweging
De vreemdeling werd op 9 september 2010 ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege veroordelingen voor misdrijven. Het bezwaar van de vreemdeling werd op 18 januari 2011 ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak en het besluit op bezwaar.
De Afdeling oordeelt dat de veroordelingen uit 2004 en 2010 terecht zijn betrokken bij de besluitvorming, ook al was het vonnis uit 2010 nog niet onherroepelijk. De staatssecretaris heeft de belangenafweging tussen de bescherming van de openbare orde en het gezinsleven van de vreemdeling en zijn kinderen gemaakt, waarbij het belang van de openbare orde doorslaggevend werd geacht. De Afdeling bevestigt dat het gezinsleven ook buiten Nederland kan worden uitgeoefend en dat de belangen van de kinderen voldoende zijn meegewogen.
Daarnaast stelt de Afdeling vast dat een ongewenstverklaring naar doel en strekking overeenkomt met een inreisverbod zoals bedoeld in de Terugkeerrichtlijn. Omdat de ongewenstverklaring voor onbepaalde duur is opgelegd zonder dat de staatssecretaris de duur heeft bepaald volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is gehandeld in strijd met artikel 11, lid 2, van de Terugkeerrichtlijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden vonnis en het besluit op bezwaar, en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens strijd met de Terugkeerrichtlijn.