Uitspraak
201102752/1/H2onherroepelijk geworden. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, wordt geen aanleiding gezien voor het oordeel hiervan terug te komen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 23 november 2010 een bouwvergunning voor het vergroten van een pand en functiewijziging naar wonen. Appellant stelde bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. Het geschil betrof met name de vraag of het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Binnenstad 1995", met name de functiebijlage die beperkingen stelt aan het percentage woningen aan de straatwand.
De appellant voerde aan dat het bouwplan het maximale toegestane percentage van 30% woonfunctie aan de begane grond van de Weeshuisgang zou overschrijden, hetgeen door het college onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende is ingegaan op de vraag welke woningen in de functiebijlage zijn betrokken en of het bouwplan daadwerkelijk tot een overschrijding leidt. Daarnaast werden andere bezwaren, zoals de status van het pand als gemeentelijk monument en de toepassing van de bouwverordening, door de Afdeling verworpen.
De Afdeling draagt het college op om binnen twaalf weken het besluit te herstellen door een deugdelijke motivering te geven over de strijdigheid met het bestemmingsplan en de functiebijlage, en zo nodig planologische medewerking te overwegen. Het college hoeft hierbij geen toepassing te geven aan afdeling 3.4 van de Awb. De einduitspraak zal ook beslissen over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit binnen twaalf weken te herstellen en te motiveren over de strijdigheid met het bestemmingsplan en de functiebijlage.