ECLI:NL:RVS:2013:BZ2539
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling vreemdeling zonder vergunning
De minister legde de vennoten van een voormalige vennootschap een boete van €8.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank. De vennoten stelden dat de vreemdeling als vennoot en niet als werknemer werkzaam was, en dat de boeterapporten onzorgvuldig waren.
De Raad van State oordeelde dat de boeterapporten rechtsgeldig waren, onderbouwd met een uittreksel uit het handelsregister en verklaringen van de wettelijke vertegenwoordiger. Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling feitelijk als werknemer onder gezag arbeid verrichtte en niet als zelfstandige vennoot, waardoor een tewerkstellingsvergunning vereist was.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 februari 2013.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning.