ECLI:NL:RVS:2013:BZ2549
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De appellant verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar de minister wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een geldig buitenlands paspoort en gelegaliseerde geboorteakte. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap de verzoeker onder meer een geldig buitenlands reisdocument en gelegaliseerde documenten moet overleggen, tenzij sprake is van bewijsnood. De appellant stelde dat hij niet in staat was deze documenten te verkrijgen vanwege beperkingen om China binnen te reizen en dat hij alles had gedaan om de documenten te verkrijgen.
De Raad van State oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen paspoort en gelegaliseerde geboorteakte van de Chinese autoriteiten kon verkrijgen. Hij had niet aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan, onder meer omdat hij geen pogingen met derden had ondernomen. Daarom was het standpunt van de staatssecretaris dat appellant niet in bewijsnood verkeerde redelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap bevestigd.