ECLI:NL:RVS:2013:BZ4997
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- S. Langeveld-Mak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming voor beveiligingswerkzaamheden na veroordeling mishandeling
De korpschef weigerde aan appellant toestemming te verlenen voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden omdat hij binnen vier jaar voorafgaand aan de toetsing was veroordeeld voor mishandeling, waarvoor een voorwaardelijke geldboete was opgelegd. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege de omstandigheden van de veroordeling, de geringe kans op recidive en het feit dat het slachtoffer later verklaarde dat mishandeling niet aan de orde was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen het oordeel dat hij onvoldoende betrouwbaarheid had aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de korpschef terecht de hardheidsclausule niet toepaste omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij betrouwbaar was voor het werk als beveiliger.
De aard van het strafbare feit mishandeling werd als onverenigbaar met beveiligingswerkzaamheden gezien, waarbij een hoge mate van zelfbeheersing vereist is. De verklaring van het slachtoffer en de afgegeven VOG konden het oordeel niet veranderen. De Afdeling bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden vanwege onvoldoende betrouwbaarheid na veroordeling mishandeling.