ECLI:NL:RVS:2013:BZ5225
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek UNHCR-erkentenis
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 2 december 2010 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris niet had voldaan aan de verplichting om te onderzoeken op welke grond de UNHCR de vreemdeling als vluchteling had erkend en deze bevindingen gemotiveerd bij de beoordeling van de asielaanvraag te betrekken. Dit was in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank was daardoor onjuist in haar beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas en handhaafde ten onrechte de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 2 december 2010, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.416,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering van de UNHCR-erkentenis.