ECLI:NL:RVS:2018:161
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep staatssecretaris
Bij besluiten van 5 augustus 2016 wees de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en beval nieuwe besluitvorming. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in, evenals incidenteel hoger beroep door de vreemdelingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat vreemdeling 1 verwijtbaar zijn erkenning als vluchteling door de UNHCR in 2007 niet tijdig had aangevoerd, waardoor de staatssecretaris het besluit met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro buiten beoordeling kon laten. Daarnaast was de erkenning van vreemdeling 1 niet op individuele gronden, maar op algemene gronden vanwege sektarisch geweld, zodat de staatssecretaris geen zwaardere motiveringsplicht had en geen nader onderzoek hoefde te verrichten.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De staatssecretaris had terecht de erkenning van vreemdeling 1 betrokken bij de beoordeling van de aanvragen van vreemdeling 2 en 3, zijn kinderen.
Deze uitspraak bevestigt dat vreemdelingen hun nieuwe elementen tijdig moeten aanvoeren en dat erkenning door de UNHCR op algemene gronden niet automatisch leidt tot individuele bescherming in asielprocedures.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.