ECLI:NL:RVS:2013:BZ7769
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- M.P.J.M. van Grinsven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overschrijding geurcontour BioEnergy-Maasland
BioEnergy-Maasland exploiteert een biovergistingsinstallatie en kreeg op 24 maart 2010 een last onder dwangsom opgelegd wegens overschrijding van de vergunde geurcontour. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant besloot op 1 juni 2011 tot invordering van de verbeurde dwangsom, gebaseerd op een geurmeting van 27 april 2010.
BioEnergy-Maasland voerde in hoger beroep aan dat de geurmeting niet representatief was vanwege te korte meetperioden en onjuiste invoer van schoorsteenhoogten. De Raad van State oordeelde dat de meetmethodiek in overeenstemming was met het relevante meetdocument en dat de afwijkingen onvoldoende waren onderbouwd om de representativiteit te betwijfelen.
Verder stelde BioEnergy-Maasland dat bijzondere omstandigheden, zoals de experimentele aard van de installatie en het gewekte vertrouwen over handhaving, tot afzien van invordering hadden moeten leiden. De Raad verwierp dit omdat het belang van invordering zwaarwegend is en eerdere vergunningen en besluiten niet in dit kader kunnen worden heroverwogen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van BioEnergy-Maasland wordt ongegrond verklaard en het besluit tot invordering van de dwangsom bevestigd.