ECLI:NL:RBROT:2015:9148
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Velzen
- L.A.C. van Nifterick
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen matiging last onder dwangsom door AFM
Eiseres heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen door de AFM wegens het niet tijdig voldoen aan een informatieverzoek. Na invordering van de dwangsom en afwijzing van haar bezwaar, verzocht eiseres om matiging van de verbeurde dwangsom. De AFM wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de besluiten tot oplegging en invordering van de last onder dwangsom in rechte vaststaan, aangezien tegen de beslissing op bezwaar geen beroep is ingesteld. De rechtbank toetst daarom alleen de rechtmatigheid van de last en de verbeuring. Volgens vaste jurisprudentie moet aan het belang van invordering zwaarwegend gewicht worden toegekend en kan slechts in bijzondere omstandigheden van invordering worden afgezien.
Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar financiële draagkracht zodanig beperkt was dat zij de last niet kon voldoen. De AFM baseerde zich terecht op de laatst beschikbare gecontroleerde jaarrekening uit 2010, aangezien eiseres geen recentere financiële gegevens heeft verstrekt ondanks meerdere verzoeken. Ook de stelling dat inkomsten ontbreken en dat vermogen niet vrijgemaakt kon worden, is niet met stukken onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek tot matiging van de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.