ECLI:NL:RVS:2013:BZ8393
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De minister van Immigratie en Asiel wees op 22 september 2011 de aanvraag van een Turkse vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 27 december 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of de staatssecretaris de aanvraag terecht had afgewezen wegens het ontbreken van een voldoende onderbouwd ondernemingsplan en andere relevante stukken, zoals een oprichtingsakte en financiële onderbouwing. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling voldoende gelegenheid had gegeven om de gevraagde stukken te overleggen en dat het aan de vreemdeling was om aannemelijk te maken dat hij een wezenlijk Nederlands belang diende.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende stukken had overgelegd om de levensvatbaarheid van zijn onderneming aan te tonen. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris zijn beslissing niet deugdelijk had gemotiveerd. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.