ECLI:NL:RVS:2013:BZ8405
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderopvangtoeslag 2007 wegens motiveringsgebrek in besluit Belastingdienst
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellante tegen de herziening door de Belastingdienst van haar definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2007. De Belastingdienst had de toeslag op nihil vastgesteld en het teveel betaalde teruggevorderd, omdat de gastouder niet beschikte over een verklaring omtrent gedrag en appellante geen bewijs van kosten en overeenkomst had geleverd.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt vast dat de Belastingdienst bij de herziening niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 21, eerste lid, Awir. De Belastingdienst had niet aannemelijk gemaakt dat zij bij de definitieve vaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van het ontbreken van bewijs van betaling en overeenkomst, noch dat appellante wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend.
Verder is gebleken dat de Belastingdienst een omstandigheid aanvoerde over de gastouder die de overeenkomst ondertekende maar feitelijk niet de opvang verrichtte, maar deze omstandigheid niet in het besluit heeft betrokken. Daarom is sprake van een motiveringsgebrek in het besluit van 26 januari 2012.
De Raad van State draagt de Belastingdienst op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuw, voldoende gemotiveerd besluit te nemen. In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Belastingdienst wordt opgedragen het motiveringsgebrek in het herzieningsbesluit te herstellen binnen zes weken.