ECLI:NL:RVS:2013:BZ8668
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en strijd met Awb
De minister heeft op 21 februari 2012 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod van vijf jaar werd opgelegd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het inreisverbod niet voldoende gemotiveerd was, omdat individuele omstandigheden van de vreemdeling niet in de bestuurlijke fase konden worden meegewogen, terwijl dit volgens de Awb wel vereist is. Dit leidde tot strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de voorzieningenrechter dat het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaarde en vernietigde het inreisverbod zelf. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ad € 1.416,00.
Uitkomst: Het inreisverbod van 21 februari 2012 wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.