ECLI:NL:RVS:2013:BZ8671
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens schending Awb bij verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 26 juli 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 26 juli 2012 in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de staatssecretaris de vreemdeling niet heeft geïnformeerd dat individuele omstandigheden aanleiding konden geven tot afzien van het inreisverbod of verkorting daarvan, terwijl het aan de vreemdeling was om dergelijke omstandigheden aan te dragen. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig genomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het inreisverbod en bevestigde de rest van de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het inreisverbod van 26 juli 2012 is vernietigd en de minister is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.