ECLI:NL:RVS:2013:BZ8673
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 30 september 2011 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad toetste de geloofwaardigheid van het asielrelaas, waarbij de staatssecretaris diverse vaagheden, ongerijmdheden en bevreemdingwekkende aspecten aanvoerde, zoals onduidelijkheden over de dozen met wapens, de rol van de echtgenoot als lokaas, en de inval door gewapende mannen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op dit standpunt kon stellen, maar de Raad van State herzag dit en vond dat de staatssecretaris dit wel degelijk met voldoende motivering had gedaan.
Verder stelde de vreemdeling dat zij aanspraak kon maken op verblijf vanwege haar lidmaatschap van een kwetsbare minderheidsgroep en de verslechterde veiligheidssituatie in Kandahar. De Raad concludeerde dat het ongeloofwaardige relaas geen grond bood voor toepassing van het beleid voor kwetsbare minderheden en dat de veiligheidssituatie niet significant was veranderd. Ook de overige aangevoerde gronden faalden.
De Raad verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel gehandhaafd.