ECLI:NL:RVS:2013:BZ8692
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens medische zorg en consulaire vertegenwoordiging
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verwijzing naar Turkije als land voor het aanvragen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) juist was, gezien de aanwezigheid van een Nederlandse vertegenwoordiging in Georgië en de medische situatie van de vreemdeling. De staatssecretaris stelde dat Turkije het dichtstbijzijnde land met een Nederlandse vertegenwoordiging was voor Azerbeidzjan, het land van herkomst, en dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat hij daar geen toegang tot medische zorg zou krijgen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de verwijzing naar Turkije correct was op basis van het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000. Ook werd geoordeeld dat de brief van een behandelaar over de medische situatie van de vreemdeling niet leidde tot gerede twijfel over de effectiviteit van medische zorg in Azerbeidzjan, zoals beoordeeld door het Bureau Medische Advisering (BMA).
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de staatssecretaris geen grief richtte tegen de overweging over de vergewisplicht omtrent reisvoorwaarden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.