ECLI:NL:RVS:2013:BZ8703
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.M. den Dulk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod in hoger beroep vreemdelingenrecht
Bij besluit van 31 januari 2012 heeft de minister de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die dit beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep tegen het terugkeerbesluit kennelijk ongegrond is en bevestigt dit deel van de uitspraak van de rechtbank. Ten aanzien van het inreisverbod oordeelt de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het besluit voor zover het inreisverbod betreft. De Afdeling verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod gegrond en vernietigt het besluit van 31 januari 2012 op dat punt.
Daarnaast veroordeelt de Raad van State de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €1.416,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De overige delen van de uitspraak van de rechtbank blijven in stand.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd en het hoger beroep tegen dit besluit gegrond verklaard, terwijl het terugkeerbesluit wordt bevestigd.