ECLI:NL:RVS:2013:BZ8706
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op verblijf van EU-burgerkind en weigering verblijfsvergunning vreemdeling
De minister van Justitie wees op 15 april 2010 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 1 juli 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het kind van de vreemdeling, als burger van de Europese Unie, door weigering van verblijf aan de vreemdeling, zijn recht op verblijf in Nederland wordt ontzegd, mede gelet op het Zambrano-arrest van het Hof van Justitie. De rechtbank had geoordeeld dat het kind niet gebonden was aan Nederland en met de vreemdeling mee kon naar het land van herkomst, waardoor het recht op verblijf niet werd ontzegd.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat het kind niet aannemelijk had gemaakt dat het niet bij de vader in Nederland kon verblijven, en dat het beroep op het Zambrano-arrest faalde. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule en dat het besluit niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van verblijf wordt bevestigd.