ECLI:NL:RVS:2013:BZ8729
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens overschrijding uitspraaktermijn in vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 7 maart 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 22 maart 2013 ongegrond, maar deed dit na overschrijding van de wettelijke uitspraaktermijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek op 14 maart 2013.
De vreemdeling stelde dat deze overschrijding de bewaring onrechtmatig maakte. De Raad van State overwoog dat artikel 94, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een strikte uitspraaktermijn voorschrijft die niet verlengd kan worden. Omdat geen feiten of omstandigheden waren die de overschrijding rechtvaardigden, was de bewaring vanaf 22 maart 2013 onrechtmatig.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend over de periode van onrechtmatige bewaring en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring werd opgeheven wegens overschrijding van de uitspraaktermijn en de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend.