ECLI:NL:RVS:2013:BZ9037
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- S. Langeveld-Mak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bestuursdwangbesluit afmeren pleziervaartuig
Op 21 februari 2011 heeft het college een bestuursdwangbesluit opgelegd aan appellant vanwege het niet deugdelijk afmeren van zijn pleziervaartuig in strijd met artikel 7.04 van het Binnenvaartpolitiereglement. Het besluit werd aangeplakt op het vaartuig en verzonden naar het adres dat in de binnenhavengeldadministratie stond geregistreerd bij het verlopen vignet.
Appellant maakte bezwaar tegen het bestuursdwangbesluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde aan dat het besluit niet op juiste wijze bekend was gemaakt, omdat het aanplakken op het vaartuig geen geschikte wijze van bekendmaking was, vooral gezien het feit dat het vaartuig in de winter niet in gebruik is.
De Afdeling overwoog dat het besluit gericht was tot één belanghebbende en dat het college het besluit op andere geschikte wijze had bekendgemaakt door het aanplakken op het vaartuig en toezending naar het adres uit de binnenhavengeldadministratie. Het college hoefde niet te verifiëren of het adres nog actueel was. Appellant had door het niet vernieuwen van het vignet en het niet doorgeven van een adreswijziging het risico op niet-ontvangen van post zelf veroorzaakt.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.