ECLI:NL:RVS:2013:CA0110
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over overdracht naar Cyprus
De vreemdeling diende een asielaanvraag in Nederland in, maar had eerder een aanvraag in Cyprus gedaan. De minister wees de aanvraag af op grond van de Dublin-verordening, waarbij werd uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat lidstaten hun internationale verplichtingen naleven.
De vreemdeling voerde aan dat overdracht naar Cyprus zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege slechte detentie- en leefomstandigheden en gebrekkige asielprocedures, onderbouwd met rapporten van KISA en Amnesty International. De voorzieningenrechter verwierp dit beroep, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de situatie in Cyprus niet vergelijkbaar is met die in Griekenland, waar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ernstige tekortkomingen vaststelde.
De Afdeling heropende het onderzoek en stelde vast dat de staatssecretaris niet adequaat op de rapporten had gereageerd en een onjuist beoordelingscriterium hanteerde door niet te toetsen aan artikel 3 EVRM Pro. Daarom werd het besluit vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De rechtsgevolgen van het besluit worden niet in stand gelaten, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de overdracht naar Cyprus.