ECLI:NL:RVS:2013:CA0118
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens ontbreken risico toezichtontduiking
De vreemdeling werd bij besluit van 24 maart 2012 opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en kreeg een inreisverbod opgelegd omdat zij niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en zich niet aan toezichtverplichtingen had gehouden. De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, maar handhaafde het terugkeerbesluit in zoverre de vreemdeling moest vertrekken.
In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat ten tijde van het uitreiken van het terugkeerbesluit geen risico bestond dat zij zich aan het toezicht zou onttrekken, omdat zij zich op Schiphol bevond en op het punt stond Nederland vrijwillig te verlaten. De Raad van State overwoog dat hoewel de omstandigheden in beginsel een risico op toezichtontduiking kunnen rechtvaardigen, in dit geval het feit dat de vreemdeling zich op Schiphol bevond en daadwerkelijk vertrok dit risico ontbrak.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het terugkeerbesluit inclusief het inreisverbod. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee is het besluit onterecht genomen en niet in overeenstemming met de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod van 24 maart 2012 worden vernietigd wegens het ontbreken van een risico op toezichtontduiking.