ECLI:NL:RVS:2013:879
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluiten en inreisverboden wegens ontbreken wettelijke grondslag kennelijk ongegrond
Bij besluiten van 17 februari 2012 heeft de minister aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, terugkeerbesluiten opgelegd en inreisverboden uitgevaardigd. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen tegen de inreisverboden gegrond, vernietigde deze besluiten gedeeltelijk en liet de rechtsgevolgen in stand. De vreemdelingen gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vertrektermijn op nul dagen niet kan worden gesteld omdat de Vreemdelingenwet 2000 geen definitie geeft van een kennelijk ongegronde aanvraag. De staatssecretaris kon zich niet baseren op artikel 4:6 Awb Pro om de aanvragen als kennelijk ongegrond af te wijzen. Ook de inreisverboden zijn onrechtmatig omdat zij een terugkeerbesluit vereisen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de terugkeerbesluiten en inreisverboden en bevestigde de uitspraak voor het overige. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00 aan de vreemdelingen.
Uitkomst: De terugkeerbesluiten en inreisverboden van 17 februari 2012 worden vernietigd wegens ontbreken wettelijke grondslag voor vertrektermijn nul dagen.