ECLI:NL:RVS:2013:CA0124
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens nationaliteitsverklaring
De minister heeft op 7 februari 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de nationaliteitsverklaring die de vreemdeling overlegd had als nieuw feit kon worden aangemerkt. De staatssecretaris stelde dat deze verklaring niet nieuw was, omdat de vreemdeling deze eerder had kunnen overleggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de nationaliteitsverklaring, afgegeven door de Somalische ambassade te Brussel, geen nieuw feit was omdat de vreemdeling geen gegronde reden had gegeven waarom hij zich niet eerder tot de autoriteiten had gewend. Er was geen sprake van nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante rechtswijzigingen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.