ECLI:NL:RVS:2013:CA0614
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling ondanks medische situatie
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie op 22 augustus 2008 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure handhaafde de minister deze afwijzing op 13 juli 2011. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het besluit van 13 juli 2011 getoetst aan de hand van het medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat de vreemdeling lijdt aan schizofrenie en in Nederland intensieve begeleiding ontvangt. Het BMA concludeerde dat behandeling in Ghana mogelijk is, hoewel er geen beschermde woonvormen zijn. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende heeft vergewist van de zorgmogelijkheden en dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was.
Verder is beoordeeld of uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege medische omstandigheden. De Afdeling volgde het standpunt van de staatssecretaris dat geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die een schending van artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen. Ook het betoog over schending van artikel 8 EVRM Pro werd verworpen, mede omdat de vreemdeling niet langdurig in Nederland verbleef en adequate zorg in Ghana beschikbaar is.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris heeft bovendien voldaan aan zijn vergewisplicht omtrent de fysieke overdracht van de medische behandeling in Ghana. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.