ECLI:NL:RVS:2013:CA0623
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel bij vreemdelingen na toegangsweigering
Bij besluiten van 18 juni 2012 werd aan twee vreemdelingen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd na weigering van toegang tot Nederland vanwege het ontbreken van geldige reisdocumenten en visum. De rechtbank had deze maatregel onrechtmatig verklaard en schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel niet gebaseerd kon zijn op het feit dat de vreemdelingen zich zonder noodzaak van hun reisdocumenten hadden ontdaan. Uit het dossier bleek dat de vreemdelingen hun paspoort vrijwillig aan een reisagent hadden gegeven en daarmee de terugkeerprocedure hadden belemmerd.
De Afdeling verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de vrijheidsbeperkende maatregel, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het ging om de vrijheidsontnemende maatregel, en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd voor de vrijheidsontnemende maatregel en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.