ECLI:NL:RVS:2013:CA0649
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na hoger beroep
Bij besluit van 19 juli 2011 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van €64.000,- op aan de vennootschap wegens het laten verrichten van arbeid door Roemeense vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had ingegaan op het betoog van de vennootschap over de onduidelijkheid van de verklaringen van de vreemdelingen. Desondanks kon dit niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Verder werd geoordeeld dat de vennootschap de overtreding slechts in verminderde mate te verwijten viel, gelet op haar inspanningen om de overtreding te voorkomen, waaronder het inwinnen van adviezen en het uitstellen van werkzaamheden.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en matigde de boete met 50%, waardoor het boetebedrag werd vastgesteld op €32.000,-. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vennootschap.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €32.000,- en het hoger beroep van de vennootschap wordt gegrond verklaard.