ECLI:NL:RVS:2013:CA0712
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken opzet en passende omstandigheden
De minister legde aan de vennootschap onder firma een boete van €24.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door drie vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de boete proportioneel was. De vennootschap had geen opzet gehad, de vreemdelingen hadden rechtmatig verblijf, en er was geen sprake van onderbetaling of uitbuiting.
De Raad van State vernietigde het eerdere besluit en matigde de boete met 50% tot €12.000. Tevens werden proceskosten aan de vennootschap toegekend en het griffierecht vergoed. Hiermee werd het beroep van de vennootschap gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd van €24.000 naar €12.000 en het beroep van de vennootschap wordt gegrond verklaard.