ECLI:NL:RVS:2013:CA1283
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat asielverzoek vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht bezit
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 15 oktober 2010 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De minister, inmiddels de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of het asielrelaas van de vreemdeling voldoende geloofwaardig was, met name gezien de door de staatssecretaris aangevoerde bevreemdingwekkende gedragingen en risico's die de vreemdeling zou hebben genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader onderzoek nodig was naar een psychiatrische brief waarin een mogelijke medische verklaring voor het gedrag van de vreemdeling werd genoemd. De brief was onvoldoende concreet en sloot niet aan bij het feitencomplex waarop de staatssecretaris zijn standpunt baseerde. De Afdeling stelde dat het asielrelaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht ontbeerde en verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.