ECLI:NL:RVS:2013:CA1297
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.E. Engelhart
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering door minister
De minister heeft op 31 januari 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de voorzieningenrechter, die dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de motivering van de duur van het inreisverbod onvoldoende was, zoals eerder vastgesteld in vergelijkbare zaken. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en het besluit tot het inreisverbod vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor het overige werd de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Daarnaast werd de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €1.416,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 23 mei 2013 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het inreisverbod van twee jaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.