ECLI:NL:RVS:2013:CA1306
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens niet verstreken vertrektermijn vreemdeling
De vreemdeling diende op 8 november 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 12 april 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 27 maart 2013 ongegrond. Volgens de wet had de vreemdeling daarna nog vier weken de tijd om Nederland uit eigen beweging te verlaten.
De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 10 april 2013 in vreemdelingenbewaring, terwijl niet was gebleken dat de vertrektermijn was verkort. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de inbewaringstelling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was omdat de vertrektermijn nog niet was verstreken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend en werden proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling wordt onrechtmatig verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel per direct opgeheven.