ECLI:NL:RVS:2013:CA1348
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Hoekstra
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling planschadevergoeding door gemeente Bergen na aanleg golfcomplex
Appellanten exploiteren agrarische bedrijven nabij het golfcomplex Blijenbeek en vorderden vergoeding van planschade wegens mogelijke overlast van golfballen op hun percelen. De gemeente weigerde dit, waarna zowel bezwaar als beroep en hoger beroep volgden.
De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij daadwerkelijk vermogens- of inkomensschade lijden als gevolg van het bestemmingsplan. Onder meer was onvoldoende bewijs geleverd dat appellanten hun teeltwijze moesten aanpassen of dat de waarde van hun percelen was gedaald.
Wel werd geoordeeld dat de gemeente de redelijke termijn voor besluitvorming aanzienlijk had overschreden, waardoor appellanten recht hebben op een vergoeding van immateriële schade. De Raad veroordeelde de gemeente tot betaling van € 2.500 aan elk van de appellanten, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gemeente veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten.