ECLI:NL:RVS:2013:CA2064
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak inzake terugvordering kinderopvangtoeslag 2008
De Belastingdienst stelde bij besluit van 25 januari 2011 de kinderopvangtoeslag over 2008 voor appellant vast op nihil en vorderde €7.386,00 aan reeds betaalde voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 12 december 2011 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, maar trok dit in. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst wel tot vergoeding van proceskosten van €874,00.
Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de Belastingdienst niet had veroordeeld tot vergoeding van de werkelijke kosten van rechtsbijstand, omdat de Belastingdienst onterecht had volgehouden dat appellant geen recht had op kinderopvangtoeslag wegens niet voldaan co-ouderschap. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het forfaitaire vergoedingsstelsel van het Besluit proceskosten bestuursrecht van toepassing is en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die afwijking rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van de Belastingdienst. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 juni 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.