ECLI:NL:RVS:2013:CA2084
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving erfafscheiding in strijd met bestemmingsplan en Wabo
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een last onder dwangsom op om een erfafscheiding terug te brengen tot een maximale hoogte van 1 meter, omdat deze zonder vergunning hoger was gebouwd dan toegestaan volgens het bestemmingsplan en de Wabo.
Appellant voerde aan dat de erfafscheiding vergunningvrij was en dat het college niet bevoegd was tot handhaving, onder meer vanwege overgangsrecht en bijzondere omstandigheden zoals kosten en gedogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de erfafscheiding hoger is dan de toegestane 1 meter en niet voldoet aan de criteria voor vergunningvrij bouwen. Het college was bevoegd om handhavend op te treden omdat appellant zeggenschap had over de erfafscheiding en geen concrete zicht op legalisering bestond. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maakten.
De uitspraak bevestigt dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt dan het belang van appellant bij het in stand laten van de erfafscheiding. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van de erfafscheiding wordt bevestigd.