ECLI:NL:RVS:2013:CA2093
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende motivering geschiktheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van de betrokkene ongeldig op grond van vermoedens omtrent diens rijgeschiktheid. Na bezwaar en een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering, stelde het CBR een nieuw besluit vast dat het eerdere besluit herroept.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het hoger beroep van het CBR tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. De Afdeling oordeelde dat het CBR terecht de betrokkene als ongeschikt kon aanmerken vanwege het ontbreken van een recidiefvrije periode van minstens één jaar bij een unipolaire depressieve stoornis, zoals voorgeschreven in de Regeling eisen geschiktheid 2000.
De Afdeling stelde vast dat de voorzieningenrechter ten onrechte het belang hechtte aan het ontbreken van een rijproef en aan de aard van de mededeling aan het CBR. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. Tevens werd het besluit van 27 december 2012 van het CBR vernietigd omdat het op de vernietigde uitspraak was gebaseerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 5 juni 2013.
Uitkomst: Het beroep van de betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd.