ECLI:NL:RBDHA:2020:8216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens geestelijke ongeschiktheid na neurocognitieve stoornis
Eiser werd op 15 januari 2019 door de politie gecontroleerd vanwege zijn rijgedrag en vertoonde daarbij agressief gedrag. Naar aanleiding hiervan en eerdere incidenten, waaronder een verkeersongeval in 2017 met hersenletsel, stelde het CBR een onderzoek naar zijn rijvaardigheid in en schorste het zijn rijbewijs. Eiser voerde aan dat de beslistermijn was overschreden en dat de besluitvorming onzorgvuldig was, onder meer omdat het mutatierapport interpretatief was en zijn gedrag niet als abnormale opwinding kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de beslistermijn een termijn van orde betrof en niet tot onrechtmatigheid leidde. Het mutatierapport bevatte voldoende feitelijke beschrijvingen van agressief gedrag waarop het CBR terecht kon vertrouwen. De context van frustratie en eerdere politiecontacten rechtvaardigde het gedrag niet. Het CBR mocht het vermoeden van geestelijke ongeschiktheid baseren op de gedragingen en medische voorgeschiedenis.
Vervolgens verklaarde het CBR het rijbewijs ongeldig op grond van een psychiatrisch rapport dat een uitgebreide neurocognitieve stoornis met gedragsstoornissen vaststelde. Eiser stelde dat het rapport niet concludent was, dat het onderzoek niet door een neuroloog was uitgevoerd en dat een rijtest ontbrak. De rechtbank vond het rapport voldoende onderbouwd en concludent, en oordeelde dat het CBR niet verplicht was een specialistisch onderzoek of rijtest te laten uitvoeren indien de keurend arts voldoende informatie had. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het opleggen van het onderzoek, de schorsing en de ongeldigverklaring van het rijbewijs zijn ongegrond verklaard.