ECLI:NL:RVS:2013:CA2886
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten suïcide dochter op grond van medisch beroepsgeheim en privacy
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de beslissing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om zijn verzoek tot openbaarmaking van documenten over de suïcide van zijn dochter te weigeren. De minister had vier van zeven documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt, waarbij persoonsgegevens waren geanonimiseerd, maar drie documenten geweigerd op grond van het afgeleid medisch beroepsgeheim en privacybescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de minister terecht een beroep deed op het afgeleid medisch beroepsgeheim uit de Kwaliteitswet zorginstellingen en op de belangen van inspectie, controle en toezicht, alsmede op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling van betrokkenen.
Appellant voerde aan dat het belang van toezicht na negen jaar niet meer opweegt tegen het belang van openbaarmaking, maar de Afdeling oordeelde dat de minister de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en dat de vrees voor terughoudendheid bij zorginstellingen bij openbaarmaking terecht is. De rechtbank had dit ook al geoordeeld.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van de documenten wordt bevestigd.